Dag 5, donderdag 24 juli 2008: Naar Sequioa
Nationaal Park
Op basis van het afstandenoverzicht van Tiogatours hadden we de reis ingeschat op zo’n 4 uur.
Maar helaas dit bleek te optimistisch, onze camping zat verder van Yosemite dan gedacht. De mooie route die we wilden rijden was inderdaad erg mooi maar nogal bochtig en knap stijl, wat veel tijd kostte. Ook kregen we problemen van oververhitting. Volgens de lampjes op het dashbord was alles nog oké, maar onze camper vond van niet en stopte er mee aan het begin van het Sequoia Nationaal Park.
Toen kregen we een mooi staaltje van Amerikaanse hulpvaardigheid te zien. Bijna elke auto stopte en vroeg of we problemen hadden. De eerste auto die ons inhaalde, draaide meteen om en ging op zoek naar de ranger die hij even van te voren was gepasseerd. Elke volgende auto die stopte konden we dus vriendelijk bedanken. De ranger gaf aan dat ik waarschijnlijk in een te lage versnelling had gereden en dat daarom de brandstof oververhit was geraakt, of zoiets . Het klopte volgens de ranger dat dit niet te zien was aan één van de meterjes op het dashbord (oliepeil en waterpeil waren goed, handig).
Op basis van het afstandenoverzicht van Tiogatours hadden we de reis ingeschat op zo’n 4 uur.
Maar helaas dit bleek te optimistisch, onze camping zat verder van Yosemite dan gedacht. De mooie route die we wilden rijden was inderdaad erg mooi maar nogal bochtig en knap stijl, wat veel tijd kostte. Ook kregen we problemen van oververhitting. Volgens de lampjes op het dashbord was alles nog oké, maar onze camper vond van niet en stopte er mee aan het begin van het Sequoia Nationaal Park.
Toen kregen we een mooi staaltje van Amerikaanse hulpvaardigheid te zien. Bijna elke auto stopte en vroeg of we problemen hadden. De eerste auto die ons inhaalde, draaide meteen om en ging op zoek naar de ranger die hij even van te voren was gepasseerd. Elke volgende auto die stopte konden we dus vriendelijk bedanken. De ranger gaf aan dat ik waarschijnlijk in een te lage versnelling had gereden en dat daarom de brandstof oververhit was geraakt, of zoiets . Het klopte volgens de ranger dat dit niet te zien was aan één van de meterjes op het dashbord (oliepeil en waterpeil waren goed, handig).
Ik had juist expres in een lage versnelling gereden omdat
tijdens de instructie van de camper was aangegeven dat we bij
stijle stijgingen en dalingen niet in drive moesten rijden maar in
versnelling 3 of 2. De oplossing van de ranger was simpel, genieten
van het uitzicht een lekkere snack nemen en na zo’n half uur, drie
kwartier het maar weer proberen. Hij zou na een uur nog even komen
kijken of we al weg waren. En ja hoor, we konden weer verder. Al
met al kwamen we ’s avonds rond 19.00 uur pas bij Sequoia aan.
Gelukkig was er nog net genoeg tijd om naar de Sherman tree te gaan
in het Giant forest.
Dit is de allerhoogste en dikste boom in de VS. De naam Giant
forest is juist gekozen, het zijn inderdaad gigantische bomen,
werkelijk een indrukwekkend gezicht. Het bos was wel erg geplaveid,
overal waren mooi paadjes aangelegd en alles was netjes afgezet en
kreeg daardoor een wat “gelikt” uiterlijk. Sommige bomen waren zo’n
2000 jaar oude en hadden een omtrek van zo’n 34 meter!


De bast van de Sequoia is heel zacht, een beetje fluweelachtig, het zijn echt schitterende bomen en ik vond het jammer dat we maar zo weinig tijd hadden om daarvan te genieten, maar ja. Jara was blij dat we weinig tijd hadden om te wandelen, want zij dacht achter elke boom een beer te zien.
Bij het inchecken op de camping van het Sequoia Nationaal Park was namelijk nadrukkelijk gezegd dat de beren actief aanwezig waren en we geen afval mochten laten slingeren, eten en alles wat een speciaal luchtje had (dus ook toiletspullen) goed moesten opbergen. Die dag waren er drie in de buurt van de camping geweest. Op de camping was alles “beerproof ingericht”. Er stonden beerboxen waar je je eten in moest bewaren wat niet in de koelkast paste of goed afgesloten was. Er waren speciale prullenbakken en op veel plaatsen hingen posters met informatie wat je moest doen als je een beer zag. We hoopten dat we op afstand een beer zouden zien, het bleef echter bij tientallen eekhoorntjes.
Zo rond 21.00 uur waren we weer bij de camping terug, iedere plek had een kampvuurcirkel, verschillende mensen hadden een vuurtje branden. Bij onze plek lag nog hout van de vorige gebruikers en ook wij konden dus lekker even genieten van ons kampvuurtje.


De bast van de Sequoia is heel zacht, een beetje fluweelachtig, het zijn echt schitterende bomen en ik vond het jammer dat we maar zo weinig tijd hadden om daarvan te genieten, maar ja. Jara was blij dat we weinig tijd hadden om te wandelen, want zij dacht achter elke boom een beer te zien.
Bij het inchecken op de camping van het Sequoia Nationaal Park was namelijk nadrukkelijk gezegd dat de beren actief aanwezig waren en we geen afval mochten laten slingeren, eten en alles wat een speciaal luchtje had (dus ook toiletspullen) goed moesten opbergen. Die dag waren er drie in de buurt van de camping geweest. Op de camping was alles “beerproof ingericht”. Er stonden beerboxen waar je je eten in moest bewaren wat niet in de koelkast paste of goed afgesloten was. Er waren speciale prullenbakken en op veel plaatsen hingen posters met informatie wat je moest doen als je een beer zag. We hoopten dat we op afstand een beer zouden zien, het bleef echter bij tientallen eekhoorntjes.
Zo rond 21.00 uur waren we weer bij de camping terug, iedere plek had een kampvuurcirkel, verschillende mensen hadden een vuurtje branden. Bij onze plek lag nog hout van de vorige gebruikers en ook wij konden dus lekker even genieten van ons kampvuurtje.
Dag 6, vrijdag 25 juli 2008, op weg naar Las
Vegas!
Vrijdag 25 juli waren we al weer vroeg op. Deze dag wilden we
naar Las Vegas wat volgens onze info 780 mijl was (= zo’n 1248 km),
je zou het in Nederland niet bedenken.
Op de weg uit het park wilden we nog even kijken bij de
tunnellodge, dit is een grote sequoia die is omgevallen en waar ze
een tunnel in gemaakt hebben. De boom is van omvang zo groot dat
door die tunnel aut’s kunnen rijden. Helaas de weg naar de
tunnellodge was maar toegestaan tot 20 feet en onze camper was 25
feet. We hadden niet gedacht dat we door de tunnel zouden kunnen
rijden mr hadden het leuk gevonden om het te bekijken. Het was te
ver om te lopen (4,5 mijl) dus reden we maar verder. Het eerste
stuk ging weer erg langzaam, weer mooie kronkelige weggetjes. Zo
rond een uur of tien kwamen we meer in de bewoonde wereld. We
besloten bij Three Rivers (een leuk klein dorpje) wat te eten.
Daarna bereikten we al snel de highway 99 naar Bakersfield. Vanaf
dat punt konden we in ieder geval lekker doorrijden (zo’n 65 á 70
mijl per uur). Via Bastow reden we naar Les Vegas.
Zo’n twee uur voor Las Vegas ging het “check motor” lampje
branden.
In Sequoia hadden we geen stroom, dus hadden we de mobiels ’s
avonds niet op kunnen laden.
Je moet deze ook tijdens het rijden op kunnen laden maar op de één of andere manier lukte dat niet. Jara’s telefoon was nog wel opgeladen en met haar prepaidkaart belden we El Monte, de camperverhuurder. Daar stond waarschijnlijk iedereen langs de weg want we kregen alleen een bandje dat het druk was. Toen we eindelijk een dame aan de lijn kregen was de prepiadkaart op, einde verhaal. We besloten rustig naar de dichtstbijzijnde benzinepomp te rijden in de hoop dat daar iemand raad wist. We troffen het. Een aardige technische meneer bekeek de situatie. Het oliepeil was goed, motor niet oververhit, water genoeg. Hij dacht dat het wellicht in de computer zat en zei dat we gerust naar Las Vegas konden rijden en daar maar even een garage moesten opzoeken.

Je moet deze ook tijdens het rijden op kunnen laden maar op de één of andere manier lukte dat niet. Jara’s telefoon was nog wel opgeladen en met haar prepaidkaart belden we El Monte, de camperverhuurder. Daar stond waarschijnlijk iedereen langs de weg want we kregen alleen een bandje dat het druk was. Toen we eindelijk een dame aan de lijn kregen was de prepiadkaart op, einde verhaal. We besloten rustig naar de dichtstbijzijnde benzinepomp te rijden in de hoop dat daar iemand raad wist. We troffen het. Een aardige technische meneer bekeek de situatie. Het oliepeil was goed, motor niet oververhit, water genoeg. Hij dacht dat het wellicht in de computer zat en zei dat we gerust naar Las Vegas konden rijden en daar maar even een garage moesten opzoeken.

Dus wij door naar Las Vegas, in de camper was het ondertussen
aardig heet geworden, op de radio werd aangegeven dat je de airco
uit moest zetten voor gevaar van oververhitting. Het was bij het
benzinestation 103 fahrenheit (= 40 graden). In Las Vegas zou het
volgens de technische man nog heter zijn. Zo rond 18.30 uur
bereikten we Las Vegas, we moesten even zoeken naar de camping maar
na zo’n half uurtje waren we weer gesetteld. De camping (het leek
een beetje een hele grote parkeerplaats met hier en daar wat bomen)
hoort bij Hotel/Casino Circus Circus. Hiernaast stond een hele
grote gekleurde koepel waarin een pretpark was met een super snelle
achtbaan. Jara wilde graag in deze achtbaan, op de informatie stond
dat alles om 20.00 uur dicht ging dus gingen we meteen mar op
pad.
We moesten door het casino heen om er te komen, overal waar je
keek zag je gokkasten.
We keken nog even rond in het pretpark (wat natuurlijk
helemaal niet om 20.00 uur dicht ging) en besloten weer naar de
camping te gaan om even een frisse duik te nemen.
Opgefrist vertrokken we naar “de strip”, de hoofdstraat van
Las Vegas. Eigenlijk is Las Vegas één lange straat vol met groot,
groter, grootste hotelcomplexen. Alles was schitterend verlicht,
bij de bushaltes voor de shuttles stonden rijen mensen, dus
besloten we te gaan lopen. Bij hotel/casino Treasure Island werd
buiten een schitterende show met dansers, lichteffecten en vuurwerk
opgevoerd.
Er was een (op ware grote) zeilschip nagebouwd die in de “woeste baren” voer en aangevallen werd.
Er was een (op ware grote) zeilschip nagebouwd die in de “woeste baren” voer en aangevallen werd.
We liepen door naar Venetian, dit hotel/casino is werkelijk
een staaltje Amerikaanse bouwkunst. Aan de buitenkant van het hotel
was een gracht met Italiaanse gondelbootjes, toen we het hotel
binnen liepen (wij kwamen binnen op de 2e etage) liepen
we klein Venetië binnen. Op deze etage was een stadje nagebouwd
inclusief een gracht met vondelbootjes.
Het leek net alsof je buiten liep. Het was heel hoog, het
plafond leek echt op lucht, ook allerlei gebouwen waren heel mooi
nagebouwd. In de verschillende gebouwen zaten allerlei winkeltjes,
restaurantjes etc. maar er waren ook leuke plintjes nagemaakt.
Kortom het leek net echt. In één van de restaurantjes hebben we ’s
avonds laat gegeten. Er was nog heel veel te bekijken, Las Vegas
heeft tientallen Thema hotel/casino’s, maar ons kaarsje ging
langzaam uit.

Dag 7, zaterdag 26 juli: Van Las Vegas naar Bryce Canyon
De volgende ochtend ontbeten we in onze camper. De kids gingen internetten en wij gingen op zoek naar een garage. Volgens de receptionist was er en garage in de buurt die op de camping dingen kwam repareren. Deze dus gebeld, we kregen een onbehouwen Amerikaan aan de lijn, die zei dat hij er aan kwam en daarna de telefoon opgooide. We konden niets bespreken. Na een poosje was er nog niemand, het lek ons handig om een tijd af te spreken zodat wij tenminste iets konden gaan doen.
Dus weer gebeld, maar weer werd gezegd dat er iemand onderweg was (de garage zou op 10 minuten liggen) en weer werd de hoorn opgegooid. Na zo’n anderhalf uur gewacht te hebben, waren we het zat. Wij belden dat het niet meer hoefde. Onderweg naar Bryce Canyon zouden we op zoek gaan naar een garage. Al met al was het goed half 12 en wij hadden nog een tocht van zo’n vijf uur voor de boeg.

Dag 7, zaterdag 26 juli: Van Las Vegas naar Bryce Canyon
De volgende ochtend ontbeten we in onze camper. De kids gingen internetten en wij gingen op zoek naar een garage. Volgens de receptionist was er en garage in de buurt die op de camping dingen kwam repareren. Deze dus gebeld, we kregen een onbehouwen Amerikaan aan de lijn, die zei dat hij er aan kwam en daarna de telefoon opgooide. We konden niets bespreken. Na een poosje was er nog niemand, het lek ons handig om een tijd af te spreken zodat wij tenminste iets konden gaan doen.
Dus weer gebeld, maar weer werd gezegd dat er iemand onderweg was (de garage zou op 10 minuten liggen) en weer werd de hoorn opgegooid. Na zo’n anderhalf uur gewacht te hebben, waren we het zat. Wij belden dat het niet meer hoefde. Onderweg naar Bryce Canyon zouden we op zoek gaan naar een garage. Al met al was het goed half 12 en wij hadden nog een tocht van zo’n vijf uur voor de boeg.
Het motorlampje bleef branden maar de camper reed alsof er
niets aan de hand was.
Dus verstand op nul en rijden, we zouden wel zien. Alles ging
goed totdat we weer aardig moesten stijgen, de camper was niet
vooruit te branden. Onderweg dus maar weer gestopt om alles af te
laten koelen en na een poosje weer verder. T