Zondag 28 juni 2009.
Grand-ioos…. Grand-Teton.
Ontbijtje met
geroosterd brood. Nog even internetten in de camper vóór het
kantoor. Op weg door Grand-Teton. Dit park heeft meer grote
vlaktes. Hierop groeit wat gras en een enkele boom en veel
struikjes ± 30 cm hoog. Lijkt op lavendel, is het niet, maar geeft
wel een heerlijke kruidige geur af. Ze noemen het sagebrush en
zelfs ik ruik het en dat wil wat zeggen! Op deze uitgestrekte
vlaktes zien we weinig of geen wild. Dat waren we al weer anders
gewend. Een enkele bizon zien we en een 4-tal pronghorn. Dat zijn
een soort herten met een opvallende streep over de flank. We zien
we op een parkeerplaats ground squirrels. Soms zijn de kleine
beestjes nog leuker dan de grote.

We gaan weer op
zoek naar moose (eland). Volgens de rangers maken we kans bij het
Bradley en Taggart-meer. Hier rijden we naar toe. Er is een
prachtig nieuw visitor-center. Foto’s gemaakt want hier zouden we
in ons land een voorbeeld aan kunnen nemen. Veel glas, hoog,
gebouwd met natuurlijke materialen. Een knots van een open haard.
De achterkant was slim gebouwd; rondom overdekt en met allemaal
trappen. Ook te gebruiken als auditorium. We zullen de tip
doorgeven aan Staatsbosbeheer.
Bij de parkeerplaats gaan we van start. Het wordt saai om te lezen maar het is weer zonnig, stralende blauwe lucht en een
Grand-ioze
Teton-route. Op en neer, waterval klein, waterval groot, over een
bruggetje, smal paadje achter elkaar door het bos, over een weide
met veel gele bloemen……. En op de achtergrond steeds de grote
bergen bedekt met sneeuw. We lopen langs het ene meer. Deze plaats
wordt door gezinnen gebruikt voor een zondags uitstapje. Kinderen
knoeien bij het water, niet zwemmen want het water is ijskoud.
Onderweg komen we wel eens mensen tegen. Amerikanen groeten wel,
voornamelijk: Hello how are you today? Wij als nuchtere friezen
zouden willen zeggen: it koe wol minder. Maar we zeggen toch maar:
Pretty good. De amerikanen zijn over het algemeen Wonderful of
Great. Het blijft leuk.

Na ongeveer 2½ uur zijn we weer terug. Veel families picknicken uitgebreid. Overal staan tafels met banken er aan vast. Daar komt een plastic kleed over. Papieren borden en veel grote koelboxen zijn nodig. Ook wij eten iets.
Dan besluiten we de rest van het programma om te gooien. Voor morgen staat een bezoek aan Craters of the Moon op het programma. Dat slaan we over. Het is hier zo mooi, daar willen we nog wat langer van genieten. Klaas belt met een aantal campings in de buurt, maar alles zit al vol. Er is nog plaats in Dubois, dus daar gaan we heen. De weg er naar toe gaat zijdelings van de Rocky Mountains. We stijgen ook weer en men is met de weg bezig. Het is een inspannende rit. Ook deze keer doet Klaas het weer heel best. We beseffen dat we al een aantal weken geen nieuws horen/zien. Alleen dat Michael Jackson dood is. Geen van beiden missen we het en de TV missen we helemaal niet! Op de camping krijgen we een goede plaats en de douches zijn heerlijk. ’s Avonds gaan we in het dorp ergens eten. Het lijkt een simpel café, maar wat serveren ze een heerlijke steak! Leuke mensen, maken even een praatje. Zit een gezin met allemaal een cowboy-hoed op te eten. Een dikke indiaan smikkelt lekker. Komen er 3 cowboys en een cowgirl binnen. En échte hoor! Van die halsdoeken om en leren manchetten om de mouwen. Natuurlijk een hoed. Meisje draagt een geruite blouse. Helaas geen foto gemaakt. Wij waren de enige toeristen. Als toetjes adviseerden ze pie met ice-cream. Nou zo iets lekkers hadden we nog nooit geproefd. Na afloop nog wat rondgestapt in dit kleine dorp < 1000 inw.
Ouderwetse
geveltjes, we zitten nog steeds in het Wilde Westen.
