Woensdag 20 augustus 2008 (bewolkt, droog 30 graden en daarna
regen)
We zijn lekker uitgerust opgestaan en genoten van weer een
lekker ontbijt met een eitje. Om kwart over 10 zijn we weg gereden.
Mees heeft Henk, Cora en Kids gebeld want die zijn lekker op
vakantie in Frankrijk. Ook daar is alles goed en zij hebben het erg
naar hun zin.
We gaan op weg naar Ashcroft gegaan, een historisch stadje.
Het museum (gratis) hebben we bezocht om een idee te krijgen wat
zich allemaal in Ashcroft heeft afgespeeld. Het is een enorm leuk
museum waar ze het leven van eind 19e en begin
20e eeuw laten zien. We komen ook Duitse spullen tegen
zoals een Singer naaimachine. Een klein maar leuk museum. We
krijgen een plattegrond mee van Ashcroft om eventueel naar oude
huizen en andere gebouwen te kijken. Maar helaas Sandra en Mees
willen eerst naar een bakker om koffie met cake of gebak te
nuttigen op de verjaardag van “ons Mam”, want die is jarig geweest
en we moeten dat toch even vieren. Het is een heel “primitief”
uitziend bakkertje, maar ze kunnen lekkere dingen maken. Mees heeft
iets met pudding en appel, San heeft een saucijzenbroodje en ik
zelf heb een cherry-turnover en alle drie lekkere koffie. We eten
en drinken dit buiten op een terras op. Er zitten 2 oude vrouwtjes
op het terras die een praatje met ons aanknopen. Ik vraag aan hun
of de omgeving altijd zo dor en droog geweest is. Ja, want het is
een woestijn gebied. Mees krijgt het compliment dat hij zo Engels
praat, met echt Engels accent. Mees begint helemaal te stralen en
weet zich geen raad met de aandacht van 2 oude dames! Dan nog even
boodschappen doen, en naar de oude brandweerkazerne. Nou ja
kazerne, er past niet eens een brandweerauto in en daarom hebben ze
een 2e kazerne gebouwd. Er hangen ook foto’s van de branden die ze
hebben geblust en de laatste was uit 2006.
We gaan op weg naar Hat Creek waar een oude ranche staat. Als
we daar aankomen begint het te regenen. Dus maar eerst het
winkeltje in. Al snel wordt het droog en wij gaan op pad. Er is een
oude smederij, stallen en het woonhuis. In het woonhuis mag je
gewoon rondlopen en je ziet echt hoe de mensen in die tijd geleefd
hebben (eind 19 e eeuw tijdens de goldrush). Een paar vrouwen lopen
ook in de kleding van die tijd en de hele omgeving doet je denken
aan de oude cowboy films. Je ziet in gedachte ook de indianen boven
op de heuvel staan in gevechtstenue. Zo zie je, dat je op zo een
plek je fantasie de vrije loop kan laten gaan. We maken ook nog een
ritje in een postkoets en je wil niet weten hoe dat voelt, Na een
kwartiertje ben je geradbraakt en dat moesten de mensen in die tijd
dagen volhouden.
Daarna gaan we op weg naar Pemberton. Het is de enige plek
waar we geen camping hebben gereserveerd. De weg er naar toe is
prachtig, maar met steile wegen en erg bochtig. Het begint nu
ook te regenen en achter in de camper voel ik me toch een beetje
misselijk worden. Gelukkig wil Mees wel ruilen en kan ik voor naast
Sandra zitten. Tot 2 keer toe steekt een eekhoorn over, maar dat
gaat vandaag allemaal goed. We komen in Pemberton aan, maar daar is
geen camping, maar wel een BEER!!! We zien de beer de bosjes
ingaan, er weer uitkomen en daarna toch weer terug de bosjes in.
Mees heeft de beer op de foto! Het is elke keer weer een ervaring
om niet te vergeten. We rijden door naar Whistler, maar daar is
geen plaats meer dus nog maar verder doorrijden. We belanden in
Alice Lake campground en daar is wel plaats. We worden gewaarschuwd
dat meestal ’s avonds de beren over de camping lopen, dus dat wordt
uitkijken geblazen. Met elkaar lekker weer eten koken en na afloop
koffie met het bekende likeurtje. Morgen gaan we naar Victoria
Island, spannend!!! Tot morgen.